Inspiratieblog: Dilemma!

Iedereen krijgt ermee te maken: dilemma’s. Het leven bestaat uit veel complexe keuzes. Vaak maakt het niet uit of je links- of rechtsom gaat, als je maar een weloverwogen keuze maakt. In de klas is het goed om hierop in te spelen door spelenderwijs en in thema’s dilemma’s aan bod te laten komen. Zo leren kinderen om keuzes te maken en deze te onderbouwen. Janneke van de Groes, ambassadeur van Junioruniversiteit en leerkracht van groep 5 op basisschool Het Mozaïek, maakt gebruik van dilemma’s in de klas. Zij neemt je in deze blog mee in het doel hiervan en in haar aanpak. Na het lezen sta je zelf voor een dilemma: Begin ik vandaag of morgen met dilemma’s in de klas?

Wat zijn dilemma’s?

Dilemma’s zijn lastige keuzes tussen twee of soms meerdere opties. Elke keuze bevat voordelen maar ook nadelen. Om een weloverwogen keuze te maken ontstaat er vaak een innerlijke tweestrijd. Bij een dilemma ga je verschillende keuzes tegen elkaar afwegen. De keuze die je maakt is persoonlijk, er is geen juiste oplossing. Het is belangrijk dat je goed kan beargumenteren waarom je juist voor deze keuze bent gegaan en waarom je de andere keuze(s) hebt laten vallen.

Waarom dilemma’s met kinderen?

Nadenken over verschillende dilemma’s is niet alleen leuk, het is ook heel waardevol om in te zetten in de klas. Door op verschillende momenten met dilemma’s aan de slag te gaan, leren kinderen kritisch te denken en zelfstandig tot een conclusie of keuze te komen die ze kunnen beargumenteren. De keuzes die ze maken laten hen meer over zichzelf ontdekken; wie ze zijn en wat ze belangrijk vinden. Het kan kinderen helpen bij de identiteitsvorming en om zich weerbaarder te maken, zeker wanneer ze merken dat hun keuze ertoe doet, ook al is deze anders dan die van klasgenoten. Tot slot kunnen kinderen zich beter inleven in een ander door de argumenten die ze elkaar geven. Zo leren ze de keuzes van een ander beter te begrijpen en accepteren.

Dilemma’s in de klas

Wanneer je start met het aanbieden van dilemma’s, is het belangrijk dat de kinderen weten dat hun keuzes en argumenten goed zijn en dat deze worden geaccepteerd. Het kan niet vaak genoeg herhaald worden: ze kunnen het niet fout doen! Voordat ik met dilemma’s aan de slag ga, vertel ik dat iedereen een eigen keuze maakt en dat ik verwacht dat iedereen de keuze van de ander accepteert, ook al heb jij een andere mening. Vervolgens vertel ik dat het belangrijk is om te vertellen waarom je deze keuze maakt.

Ik maak gebruik van de dilemmakaarten van Junioruniversiteit. Deze zijn beschikbaar in verschillende thema’s. Wanneer ik een dilemmakaart pak en voorlees doe ik meestal zelf ook mee. Dit doe ik zodat de kinderen merken dat er niet één simpel antwoord is, dat volwassenen ook keuzes moeten maken en om te laten zien dat volwassenen het ook niet altijd weten, zelfs de juf niet! Verder laat ik tijdens de activiteit zien dat ik iedereens keuze accepteer. Met Sinterklaas heb ik de Sinterklaas dilemma’s erbij gepakt. Het dilemma: 100 schuimpjes eten of 100 pepernoten moest ik ook even over nadenken. Ik zei dat ik schuimpjes echt heel erg lekker vind, dus dat ik het een moeilijke keuze vond. Maar dat ik toch koos voor pepernoten want van 100 schuimpjes zou ik misselijk worden. Dat vonden de kinderen grappig. Daarna kwamen ze met andere antwoorden. Een koos voor 100 schuimpjes want er stond niet bij hoe lang hij erover mocht doen dus hij zou ze bewaren. Een ander koos voor pepernoten want zij vond schuimpjes niet lekker.

Werkvormen

Je kunt kiezen om meerdere dilemma’s achter elkaar aan te bieden. Het is ook erg leuk om tijdens een thema elke dag een dilemma voor te leggen.

Het aanbieden van dilemma’s kan met verschillende werkvormen:

  • Klassikaal: benoem het dilemma en geef alle kinderen bedenktijd. Laat ze op een wisbordje hun keuze schrijven. Pak een naam uit bijvoorbeeld een beurtenbakje en laat dat kind zijn keuze verantwoorden. Herhaal dit enkele keren zodat de kinderen beseffen dat een keuze anders beargumenteerd kan worden. Stel soms verdiepingsvragen waardoor kinderen nog dieper over het dilemma gaan nadenken.
  • In tweetallen: beide kinderen lezen het dilemma en benoemen hun keuze. Vervolgens gaan ze hierover in gesprek en stellen ze elkaar verdiepingsvragen.
  • In groepjes: een kind legt het dilemma voor. De andere kinderen van de groep maken een keuze en verantwoorden deze. Bij het volgende dilemma stelt iemand anders de vraag.

Mijn ervaring

Wanneer wij in de klas met dilemma’s aan de slag gaan ontstaan er mooie gesprekken en wederzijds acceptatie. Bijvoorbeeld tijdens de dilemma’s bij het thema herfst kwam het dilemma stampen in de regen of gooien met bladeren. Sommige kinderen kozen ervoor om spetters te maken omdat ze het leuk vonden om nat te worden. Een leerling zei: ‘Ik kies voor bladeren gooien want dat kan ik altijd doen en in plassen stampen doe ik alleen wanneer ik laarzen aan heb. En die heb ik niet altijd bij me.’ Je zag andere kinderen hierover nadenken en begrepen heel goed zijn uitleg. Maar ze bleven toch bij hun eigen keuze. Nu we dit vaker doen, merk ik dat de kinderen beter nadenken en meer over hun gedachtegang kunnen vertellen. De kinderen zelf vinden de dilemma’s erg leuk. Ze vragen er zelfs om! En als ik de kaarten tevoorschijn tover, kijken ze me allemaal met een brede glimlach aan.

Met dilemma’s in de klas aan de slag? Ja of nee? Dat is hopelijk na het lezen van de blog geen moeilijk dilemma meer en een duidelijke ja! Maar wat zou je antwoord zijn op het volgende dilemma: Lid worden van Junioruniversiteit premium om alle dilemmakaarten te kunnen downloaden én nog veel meer leuke extra’s of zelf aan de slag gaan?